Afgelopen zaterdag was het zo ver en kon de stichting Curaçao Style het boek Landhuizen van Curaçao presenteren. In drie talen (Nederlands, Engels en Papiaments).
We hebben er met een heel team hard aan gewerkt. Niet alleen de fraai gerestaureerde landhuizen bezocht, beschreven en gefotografeerd, maar ook de wegkwijnende landhuizen en de echte ruïnes. François van der Hoeven schenkt zelfs aandacht aan de verdwenen landhuizen gekocht door Shell en daarna gesloopt, of zomaar verdwenen. Om het geheel compleet te maken interviewde Carel de Haseth vijf voormalige landhuisbewoners.
De presentatie op zaterdag 14 december was bij landhuis Koraal Tabak. Nog net geen ruïne, want het dak is nog intact, en bovendien staat dit landhuis aan het begin van een stevige opknapbeurt. De muzikanten speelden binnen, wij genoten buiten van hun spel en van de voordrachten. Het was een prachtige en vooral sfeervolle avond.
Mijn rol in het geheel was de beschrijving van de 78 landhuizen die nog min of meer intact zijn. Echte juweeltjes die fraai zijn gerestaureerd, zoals Joonchi, Gaito, Habaai, Ronde Klip en Bloemhof, maar ook vervallen exemplaren zoals Urdal, Rust en Vrede en Sainte Helène. Hopelijk raken de eigenaren geïnspireerd en gaan ze hun bezit opknappen en een nieuw leven geven. Zoals bijvoorbeeld bij Cas Corá gebeurt. Het huis is nog niet gerestaureerd, dit is een langetermijnplan, maar in een van de gebouwen is een restaurant gevestigd, terwijl de eigenaars volop groente verbouwen bestemd voor de menukaart van dit restaurant. Kijk, zo maak je iets moois van een oude plantage.
Sinaya Wolfert heeft het weer geflikt: op 30 november presenteerde ze in landhuis Habaai en begeleid door muziek en voordrachten een
prachtig boek over het dagelijks leven rondom de olieraffinaderij. Een stuk geschiedenis van Curaçao, met verhalen van voormalige Shellmensen en vooral veel foto’s die laten zien hoezeer de raffinaderij verweven is met het eiland. Te bestellen via: sinaya.wolfert@gmail.com
Tekst: Jeannette van Ditzhuijzen Foto’s Frans de Graaff
Het Real Alcázar van Sevilla is een
Unesco Werelderfgoed en een toeristische trekpleister. Als je eenmaal
binnen bent, snap je ook precies waarom. Maar Sevilla heeft veel
meer. Stap dus op de fiets of loop door de soms supersmalle
straatjes. En geniet van de tegelrijkdom in deze stad.
1. Real Alcázar
Wie Sevilla zegt, zegt Real Alcázar:
de koninklijke vesting die vanaf de tiende eeuw ontstond door diverse
aan- en nieuwbouwen. Slimme reizigers hebben tevoren via de
voornamelijk Spaanstalige website www.alcazarsevilla.org
kaartjes besteld, dat scheelt wachten in een lange rij. En ga –
vanwege de drukte – vooral vroeg.
Met een audiotour om de nek en aan het
oor kun je vervolgens door de verschillende ruimtes en tuinen dolen.
Pracht en praal alom: wat niet met kleurrijke tegels is bedekt, heeft
fraai en kunstig stucwerk. Je dwaalt hier van het ene vertrek naar
een volgende patio en je kunt niets anders doen dan de schoonheid en
het vakmanschap rustig op je in laten werken.
Vergeet bij het bestellen van een
kaartje niet om een extra kaartje voor het Cuarto Real Alto te
reserveren: de koninklijke residentie, waar nog nooit een Spaanse
koning heeft gewoond, al gebruikt hij de vertrekken wel voor
ontvangsten. Je loopt er met een groep, een audiotour en een
beveiliger doorheen en het is allemaal totaal anders dan beneden en
juist daarom de moeite waard.
Als je denkt alles te hebben gehad,
zijn daar nog de uitgestrekte tuinen met hun bedwelmende geuren van
sinaasappel, blauwe regen en jasmijn. Ook hier een aaneenschakeling
van stijlen uit diverse periodes. Wie weinig tijd heeft, maakt een
wandeling over de oude vestingmuur vanwaar je aan twee kanten
uitzicht hebt op het groen.
2. Fiets huren
Sevilla is een echte fietsstad en je
kunt op verschillende plekken een fiets huren: per uur, of voor een
of meer dagen. Bunny Bike fietsverhuur
ligt zo’n beetje naast ons hotel dus vandaar proberen we de weg te
vinden in de wirwar aan straatjes. Je krijgt een kaart mee, maar denk
niet dat je er daarmee bent. Al was het maar omdat die kaart je niet
vertelt dat sommige straten eenrichtingsverkeer zijn.
Maar
dat is ook de lol van fietsen door de oude buurten. Gewoon wat
ronddolen, omhoog kijken naar mooie gevels en al zigzaggend door de
straatjes wel zien waar je uitkomt. Wij willen dolgraag het best
bewaarde stuk van de oude stadsmuur zien en passeren onderweg het
beroemde Metropol Parasol, grillige
houten parasols die over het Plaza de la Encarnación zijn
opgetrokken en waar je overheen kunt lopen.
De
muur bevindt zich, inclusief torens en poorten, ten noorden van het
centrum. Aan de mooiste kant ervan loopt een drukke weg, maar wel met
een groen geschilderd fietspad erlangs dat we aanhouden om de
Guadalquivir over te steken naar de wijk Triana. Daar, aan de voet
van de oudste kerk van Sevilla, de Iglesia de Santa Ana,
drinken we koffie.
Vanaf de brug zagen
we dat je ook een heel stuk pal langs de rivier kunt fietsen waar een
brede boulevard alleen wandelaars en fietsers toelaat. Ideaal om onze
eerste fietstocht mee af te sluiten.
3. Parque de Maria Luisa
Wie graag fietst of wandelt moet
beslist naar dit park gaan. Niet alleen omdat je er niet gehinderd
wordt door auto’s, maar ook omdat er enkele zeer fraaie gebouwen
staan, die wat ons betreft met het Real Alcázar kunnen wedijveren.
Het park was een cadeautje aan de stad
Sevilla van de jongste dochter van koning Ferdinand VII, Maria Luisa
Fernanda (1832-1897). Ach, je moet toch wat, als je van koninklijke
bloede bent en dus geef je een stukje van de tuinen van het
naastgelegen, barokke San Telmo paleis aan het volk (dit paleis is
alleen op afspraak te bezichtigen).
Hoe het park er destijds uitzag, geen
idee. Maar ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling
van 1929 kreeg het enkele pleinen en gebouwen die niet mis zijn.
Ronduit imposant is het halvemaanvormige Plaza de España dat
geflankeerd wordt door een eveneens halvemaanvormig gebouw. Het stelt
Spanje voor dat symbolisch zijn voormalige koloniën omarmt.
Het hele plein is een feest van
azulejos, de kleurrijke
tegels die de bankjes bedekken, maar ook de bruggen over de gracht
waarin je kunt spelevaren. Die vier bruggen symboliseren de vier oude
koninkrijken van Spanje: León, Castilla, Aragón en Navarra.
Alsof dit nog niet
genoeg is: even verderop ligt het Plaza Americana met alweer enkele
fantastische gebouwen, waar we lekkerbekkend langs fietsen: het
koninklijk paviljoen, het Museum voor Volkskunst (onze favoriet) en
het Archeologisch Museum.
En dan is er het
park zelf, charmant zoals veel Spaanse parken met waterpartijen en
betegelde ornamenten.
4. Casa de Pilatos
Een aanrader,
schrijft onze reisgids. Dat klopt, maar helaas geeft de audiotour zo
veel informatie op topsnelheid, dat we al gauw afhaken. Jammer, want
het is een fraai stadspaleis vol keramieken tegels en borstbeelden
van Romeinse keizers. Op de patio bloeit de bougainville dat het een
lust is.
In 1420 kreeg het
de naam Pilatushuis, nadat de eigenaar, de eerste markies van Tarifa,
een pelgrimsreis naar Jeruzalem had gemaakt en daar het huis van
Pontius Pilatus had gezien.
Casa de Pilatos
Net als in het Real
Alcázar kun je tegen betaling een rondleiding krijgen in het
bovenste deel, dat tot een paar jaar geleden nog bewoond was en nu af
en toe door de familie wordt gebruikt. Hier wordt de informatie
gelukkig een stuk rustiger en gedoseerder gebracht.
5. De kathedraal
Giralda en Alcázar
Je kunt soms ook te veel indrukken krijgen. De beroemde kathedraal van Sevilla, gebouwd op een gesloopte moskee, werd ons – ik zeg het maar eerlijk – te veel. Natuurlijk, we bewonderden het kolossale gebouw van buiten en de naastgelegen Giralda. Deze 97 meter hoge minaret was eind twaalfde eeuw het hoogste gebouw ter wereld en is nu het enige wat resteert van de moskee. ’s Avonds zien we de verlichte Giralda vanuit ons hotel, een herinnering aan Sevilla’s Moorse verleden, maar met een katholieke klokkenkamer, die in de zestiende eeuw werd toegevoegd en uitkijkt over de stad.
Het boek (A4 formaat en 240 pagina’s) kost 38 euro exclusief verzending en is te bestellen via sinaya.wolfert@gmail.com.
De Isla, of eerst Shell, bestaat zelfs al meer dan 100 jaar. In dit door Sinaya Wolfert gemaakte fotoboek komt goed tot uiting dat Curaçao in 1915 feitelijk is herboren en haar grootste metamorfose onderging. Niet alleen de omvang van de bevolking veranderde, ook de samenstelling. In de voorbije eeuw leefden, woonden, werkten, sportten, dineerden, en relaxten we in en rondom de raffinaderij. In het boek vertellen de teksten de verhalen die de foto’s niet meer kunnen laten zien. Verhalen die het verleden doen herleven en ons tegelijkertijd laten inzien waarom dingen zijn zoals ze nu zijn. Terug naar www.DitzSchrijft.nl
It has not been printed yet, but this Curaçao book I wrote in English will appear before the end of the year. It not only describes beaches, plantation houses, museums and the downtown sights, it also gives information about Curaçao’s history, its population and its nature. Terug naar www.DitzSchrijft.nl
Op zaterdag 11 mei liep ik op Curaçao mee met de straatschoonhoudploeg van Alex Roose. Elke twee tot drie weken maken zij een twee kilometer lange straat schoon, die Roose zelf de Kaya Tene Kòrsou Limpi heeft genoemd. Terwijl we het vele afval uit de berm prikten, vertelden Urvin Leito, Hetty Groennou, Ella Tromp en Rob Spong mij over hun drijfveren. Ik schreef er een artikel over voor Trouw (verschenen op 22 mei 2019) en ze staan nu op de groslijst van Trouws Duurzame100. Pabien! Terug naar www.DitzSchrijft.nl
Zie ook de digitale versie: https://www.trouw.nl/groen/de-vrijwillige-afvalrapers-van-curacao-mijn-buurtgenoten-zijn-mij-weer-dankbaar-~a6a6fce5/
Sinaya Wolfert is weer bezig met een fraai boek over een eeuw raffinaderij op Curaçao. Mijn betrokkenheid daarbij is vooral redactie en adviezen. Er staan leuke interviews in met voormalige Shell-mensen en fraaie foto’s van een andere kant van de raffinaderij. In oktober beschikbaar, voorinschrijvingen: sinaya.wolfert@gmail.com
Stichting Curaçao Style heeft een fraaie flyer gemaakt voor de promotie van het landhuizenboek waaraan ik momenteel werk. Terug naar www.DitzSchrijft.nl
De dag na de presentatie van het Tafelbergboek was er een presentatie van Tuinieren in de Tropen in landhuis Bloemhof, ook op Curaçao. Bloemhof heeft nog een fraai hofje met prachtige bomen en struiken, een schitterende ambiance dus, al moesten we het vanwege de dreigende regen binnen houden. Behalve een goede verkoop na afloop hadden we ook voldoende publiciteit. Terug naar www.DitzSchrijft.nl
Fotografe Sinaya Wolfert had op 30 november 2018 een fantastische presentatie verzorgd voor ons boek Tafelberg and Beyond. De foto’s spreken voor zich. Terug naar www.DitzSchrijft.nl