Deze maand verscheen een artikel van mijn hand (zie onder) in de Vogelvrije Fietser, het tijdschrift van de Fietsersbond. Het artikel gaat over fietsen ten zuiden van Valencia waarbij we zoals wel vaker gebruik hebben gemaakt van de diensten van spainishtravel.com met de Nederlandse eigenaar Richard van Kruchten. Ideaal, hij regelt alles – routes, verblijf, fietshuur – en houdt aan alle kanten rekening met je eigen wensen. Behalve de route via GPS krijg je een klein boekje met kaartjes en informatie over het traject.
Onderstaand artikel verscheen op 15 november in de zaterdagbijlage van Trouw: Letter&Geest. Het is een herfstig wandelverhaal in de Ierse Wicklow Mountains.
Begin november op de fiets? Dat kan, bij Valencia. Zeer afwisselend met bergen, heuvels, kastelen en forten en… de zee met duizenden flamingo’s. Onderstaand artikel verscheen in Trouw.
Op de fiets in de zon en dat in november. Of in februari. Heerlijke temperaturen en natuurlijk een prachtig landschap. Zie onderstaand verhaal dat ik schreef voor Tijdgeest van dagblad Trouw. Terug naar DitzSchrijft
In december keerden we na bijna veertig jaar terug naar Suriname, waar we drie jaar hebben gewoond. Een feest der herkenning, maar er was ook veel nieuw. Zo zijn de officierswoningen bij Fort Zeelandia prachtig opgeknapt. Gelukkig stond er in het fort wel een bord met de namen van de vijftien mannen die op 8 december 1982 door het leger werden gemarteld en vermoord.Voor Trouw schreef ik een artikel over onze wederwaardigheden in Suriname. Op toeristisch vlak is er veel veranderd. Zo kun je nu logeren op een oude plantage (Frederiksdorp, links en rechts boven) of met een bootje door de supersmalle Warappakreek varen, vanaf de Commewijne tot aan zee (foto midden onder). Terug naar www.DitzSchrijft.nl
Tekst: Jeannette van Ditzhuijzen Foto’s Frans de Graaff
Het Real Alcázar van Sevilla is een
Unesco Werelderfgoed en een toeristische trekpleister. Als je eenmaal
binnen bent, snap je ook precies waarom. Maar Sevilla heeft veel
meer. Stap dus op de fiets of loop door de soms supersmalle
straatjes. En geniet van de tegelrijkdom in deze stad.
1. Real Alcázar
Wie Sevilla zegt, zegt Real Alcázar:
de koninklijke vesting die vanaf de tiende eeuw ontstond door diverse
aan- en nieuwbouwen. Slimme reizigers hebben tevoren via de
voornamelijk Spaanstalige website www.alcazarsevilla.org
kaartjes besteld, dat scheelt wachten in een lange rij. En ga –
vanwege de drukte – vooral vroeg.
Met een audiotour om de nek en aan het
oor kun je vervolgens door de verschillende ruimtes en tuinen dolen.
Pracht en praal alom: wat niet met kleurrijke tegels is bedekt, heeft
fraai en kunstig stucwerk. Je dwaalt hier van het ene vertrek naar
een volgende patio en je kunt niets anders doen dan de schoonheid en
het vakmanschap rustig op je in laten werken.
Vergeet bij het bestellen van een
kaartje niet om een extra kaartje voor het Cuarto Real Alto te
reserveren: de koninklijke residentie, waar nog nooit een Spaanse
koning heeft gewoond, al gebruikt hij de vertrekken wel voor
ontvangsten. Je loopt er met een groep, een audiotour en een
beveiliger doorheen en het is allemaal totaal anders dan beneden en
juist daarom de moeite waard.
Als je denkt alles te hebben gehad,
zijn daar nog de uitgestrekte tuinen met hun bedwelmende geuren van
sinaasappel, blauwe regen en jasmijn. Ook hier een aaneenschakeling
van stijlen uit diverse periodes. Wie weinig tijd heeft, maakt een
wandeling over de oude vestingmuur vanwaar je aan twee kanten
uitzicht hebt op het groen.
2. Fiets huren
Sevilla is een echte fietsstad en je
kunt op verschillende plekken een fiets huren: per uur, of voor een
of meer dagen. Bunny Bike fietsverhuur
ligt zo’n beetje naast ons hotel dus vandaar proberen we de weg te
vinden in de wirwar aan straatjes. Je krijgt een kaart mee, maar denk
niet dat je er daarmee bent. Al was het maar omdat die kaart je niet
vertelt dat sommige straten eenrichtingsverkeer zijn.
Maar
dat is ook de lol van fietsen door de oude buurten. Gewoon wat
ronddolen, omhoog kijken naar mooie gevels en al zigzaggend door de
straatjes wel zien waar je uitkomt. Wij willen dolgraag het best
bewaarde stuk van de oude stadsmuur zien en passeren onderweg het
beroemde Metropol Parasol, grillige
houten parasols die over het Plaza de la Encarnación zijn
opgetrokken en waar je overheen kunt lopen.
De
muur bevindt zich, inclusief torens en poorten, ten noorden van het
centrum. Aan de mooiste kant ervan loopt een drukke weg, maar wel met
een groen geschilderd fietspad erlangs dat we aanhouden om de
Guadalquivir over te steken naar de wijk Triana. Daar, aan de voet
van de oudste kerk van Sevilla, de Iglesia de Santa Ana,
drinken we koffie.
Vanaf de brug zagen
we dat je ook een heel stuk pal langs de rivier kunt fietsen waar een
brede boulevard alleen wandelaars en fietsers toelaat. Ideaal om onze
eerste fietstocht mee af te sluiten.
3. Parque de Maria Luisa
Wie graag fietst of wandelt moet
beslist naar dit park gaan. Niet alleen omdat je er niet gehinderd
wordt door auto’s, maar ook omdat er enkele zeer fraaie gebouwen
staan, die wat ons betreft met het Real Alcázar kunnen wedijveren.
Het park was een cadeautje aan de stad
Sevilla van de jongste dochter van koning Ferdinand VII, Maria Luisa
Fernanda (1832-1897). Ach, je moet toch wat, als je van koninklijke
bloede bent en dus geef je een stukje van de tuinen van het
naastgelegen, barokke San Telmo paleis aan het volk (dit paleis is
alleen op afspraak te bezichtigen).
Hoe het park er destijds uitzag, geen
idee. Maar ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling
van 1929 kreeg het enkele pleinen en gebouwen die niet mis zijn.
Ronduit imposant is het halvemaanvormige Plaza de España dat
geflankeerd wordt door een eveneens halvemaanvormig gebouw. Het stelt
Spanje voor dat symbolisch zijn voormalige koloniën omarmt.
Het hele plein is een feest van
azulejos, de kleurrijke
tegels die de bankjes bedekken, maar ook de bruggen over de gracht
waarin je kunt spelevaren. Die vier bruggen symboliseren de vier oude
koninkrijken van Spanje: León, Castilla, Aragón en Navarra.
Alsof dit nog niet
genoeg is: even verderop ligt het Plaza Americana met alweer enkele
fantastische gebouwen, waar we lekkerbekkend langs fietsen: het
koninklijk paviljoen, het Museum voor Volkskunst (onze favoriet) en
het Archeologisch Museum.
En dan is er het
park zelf, charmant zoals veel Spaanse parken met waterpartijen en
betegelde ornamenten.
4. Casa de Pilatos
Een aanrader,
schrijft onze reisgids. Dat klopt, maar helaas geeft de audiotour zo
veel informatie op topsnelheid, dat we al gauw afhaken. Jammer, want
het is een fraai stadspaleis vol keramieken tegels en borstbeelden
van Romeinse keizers. Op de patio bloeit de bougainville dat het een
lust is.
In 1420 kreeg het
de naam Pilatushuis, nadat de eigenaar, de eerste markies van Tarifa,
een pelgrimsreis naar Jeruzalem had gemaakt en daar het huis van
Pontius Pilatus had gezien.
Casa de Pilatos
Net als in het Real
Alcázar kun je tegen betaling een rondleiding krijgen in het
bovenste deel, dat tot een paar jaar geleden nog bewoond was en nu af
en toe door de familie wordt gebruikt. Hier wordt de informatie
gelukkig een stuk rustiger en gedoseerder gebracht.
5. De kathedraal
Giralda en Alcázar
Je kunt soms ook te veel indrukken krijgen. De beroemde kathedraal van Sevilla, gebouwd op een gesloopte moskee, werd ons – ik zeg het maar eerlijk – te veel. Natuurlijk, we bewonderden het kolossale gebouw van buiten en de naastgelegen Giralda. Deze 97 meter hoge minaret was eind twaalfde eeuw het hoogste gebouw ter wereld en is nu het enige wat resteert van de moskee. ’s Avonds zien we de verlichte Giralda vanuit ons hotel, een herinnering aan Sevilla’s Moorse verleden, maar met een katholieke klokkenkamer, die in de zestiende eeuw werd toegevoegd en uitkijkt over de stad.
Onder anderen Flip van Doorn, Monica Wesseling, Beatrijs van Oorschot, Haro Hielkema, Hinke Hamer, Jeannette van Ditzhuijzen, Johan Nebbeling, Joop Bouma, Kees de Vré, Nicolien van Doorn en Sarah-Mie Luyckx schreven in de afgelopen jaren reisverhalen over het mooiste Nederland voor dagblad Trouw. Die zijn nu gebundeld in dit boek dat deze maand uitkomt bij Uitgeverij Thomas Rap. Mijn bijdrage is een fietsroute langs Limburgse kastelen.
Ik zou haast vergeten dat ik ook heb meegewerkt aan het boek Kas di shon, ofwel: de herenhuizen van Curaçao, een uitgave van LM Publishers. In dit boek wordt per landhuis een thema beschreven dat te maken heeft met de landhuizen van Curaçao. Ik heb me gestort op de soms merkwaardige namen van de landhuizen, de zoutwinning, het fenomeen districtsmeester, de geschiedenis van de monumentenbescherming en – de leukste – de plantage als uitspanning. Helaas hebben de volgende advertenties uit 1843 en 1852 het boek niet gehaald, daarom laat ik ze hier maar even zien:
Alweer bijna twee jaar geleden reisden wij per vrachtschip van Rotterdam naar Ierland, waar we in een week drie havens aandeden. In dagblad Trouw (in het katern Tijd) van afgelopen zaterdag (9 april 2016) stond een reportage die ik naar aanleiding van die reis maakte: per vrachtboot naar Ierland
Nadat ik vorig jaar een van de drie genomineerden was voor een persprijs van het Vlaams Verkeersbureau, ben ik dit jaar genomineerd voor een persprijs van het Iers Verkeersbureau (in de categorie lifestyle). En alweer voor een artikel in Plus Magazine: Artikel Wild Atlantic Way.
Doe Castle, eenzaam gelegen op een kaap, een van de mooie plekken langs de Wild Atlantic Way.
Op 15 maart hoor ik of ik de prijs ook daadwerkelijk heb gewonnen.