Posts Tagged ‘freelancer’

Jean Julien Rojer op Roland Garros

dinsdag, juni 7th, 2022

Op eerste pinksterdag lukte het weer: de van oorsprong Curaçaose Jean Julien Rojer en zijn dubbelpartner Marcelo Arévalo uit El Salvador winnen de mannendubbelfinale op Ronald Garros. Na Wimbledon in 2015 en de US Open in 2017 is dit de derde keer dat Rojer het mannendubbel wint. In 2015 en 2017 speelde hij met de Roemeen Horia Tecau. Hoewel hij voor Nederland uitkwam, is Curaçao apetrots op hun eilandskind.

Terug naar DitzSchrijft

Geboortedag van een groot musicus

donderdag, juni 2nd, 2022

Vandaag is de geboortedag van de Curaçaose musicus Jan Gerard Palm (1831-1906), de stamvader van vele bekende musici op het eiland. Palm was componist en muziekdocent maar bespeelde ook diverse instrumenten. Van 1859 tot 1881 is hij kapelmeester van de Schutterij. Daarnaast bespeelt hij twintig jaar lang het orgel in de joodse Tempel, en korte tijd in de snoa. Ook is hij organist in de Fortkerk en, tussen 1864 en 1871, bij de Vrijmetselaarsloge Igualdad. Om de jeugd te stimuleren muziek te maken richt hij in 1884 het muziekgezelschap Sint Cecilia op. Hij krijgt negen kinderen bij drie vrouwen en heeft 27 kleinkinderen. Een groot deel van hen is net als shon Gerry muzikaal. Enkele bekende namen zijn de kleinzoons Jacobo Palm (shon Coco) en John en Rudolph Palm (shon Dòdò). Rudolph is weer de vader van de componisten Albert en Edgar Palm. De pianist Robert Rojer is een achterkleinzoon van shon Gerry.

Palms nazaten Joop Halman en Robert Rojer publiceerden in 2009 bij de KITLV uitgeverij een interessant boek over het leven van Palm, ook shon Gerry genoemd. Terug naar DitzSchrijft

Presentatie Werelderfgoedboek (2)

zaterdag, mei 21st, 2022

Op vrijdag 20 mei 2020 was het zover. In het Curaçaohuis in Den Haag ontvingen de Curaçaose minister Charles Cooper en de drie gevolmachtigde ministers van Curaçao, Aruba en Sint Maarten een exemplaar van het gloednieuwe boek Willemstad Werelderfgoed. Aanwezig waren vertegenwoordigers van Nederlandse werelderfgoederen en Kathleen Ferrier, voorzitter van de Nederlandse Unesco Commissie. Boris van der Ham, voorzitter van Werelderfgoed Nederland sprak de aanwezigen vanuit Australië toe via een videoboodschap.

Terug naar DitzSchrijft

Presentatie Werelderfgoedboek

donderdag, mei 19th, 2022

Morgen, op vrijdag 20 mei, krijgt de Curaçaose minister Cooper van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning het eerste exemplaar aangeboden van het Werelderfgoedboek. Dit gebeurt in het Curaçaohuis in Den Haag.

Het boek verschijnt mede vanwege het 25-jarig bestaan van Curaçao Unesco Werelderfgoedstad. Ik schreef de hoofdstukken over de vier historische stadswijken en om die reden zal mij wel gevraagd zijn een een kort praatje te houden over de vier wijken en de bewoners daarvan. Terug naar www.DitzSchrijft.nl

Andruw Jones jarig

zaterdag, april 23rd, 2022
Andruw Jones in 2013

Hij is op 23 april 1977 op Curaçao geboren en hoewel zijn vader een goede honkbalspeler was, vermoedt niemand dat Andruw Jones een van de grootste honkballers van Amerika zou worden. ‘The Curaçao Kid’ wordt hij daar wel genoemd. Als driejarige krijgt hij zijn eerste honkbalknuppel en op zijn vijftiende wordt hij gescout waarna hij op zijn zestiende een contract tekent met de Atlanta Braves. In 1995 maakte hij 25 homeruns en in 1996 is hij met negentien jaar de jongste speler in de geschiedenis van de sport met een homerun in de World Series. Een jaar later debuteert hij in de Major League. Vanaf dat moment schiet zijn carrière in de Amerikaanse honkbalwereld omhoog. Tussen 1998 en 2007 ontvangt hij tien keer de Rawlings Gold Glove Award. In februari 2016 stopt Jones als honkbalspeler. Terug naar www.DitzSchrijft.nl

ANWB-borden op Curaçao

donderdag, maart 5th, 2020

Afgelopen zaterdag, 29 februari 2020, verscheen in de bijlage van de Curaçaose Amigoe een artikel van mijn hand over de ANWB-borden die sinds 1956 her en der op het eiland de weg wijzen.

Terug naar www.DitzSchrijft.nl

The Golden Rock

zondag, maart 1st, 2020

Wat een heerlijk boek. Zelf schreef ik al een paar keer over Statia en het eerste saluut dat gouverneur De Graaff in 1776 aan de nieuw gevormde Verenigde Staten gaf. Dit boek gaat veel verder en beschrijft – zoals de ondertitel al aangeeft: Hoe op Sint-Eustatius wereldgeschiedenis werd geschreven – de hele context van deze gebeurtenis. Wat ging eraan vooraf en wat waren de gevolgen. Dat alles in zeer heldere taal en lekke leesbaar. Een aanrader.

Zie voor een artikel van mijn hand over dit onderwerp in Trouw: Rebels fort op Statia wordt hersteld

Terug naar www.DitzSchrijft.nl

Reconstructie Cinelandia?

vrijdag, februari 21st, 2020
Deze foto van Michael Newton toont de voormalige bioscoop Cinelandia (1941) in nog redelijke staat. Tegenwoordig is de beschermde voorgevel geheel verloederd. Maar er gloort hoop. De eigenaar wil het pand slopen, maar krijgt alleen vergunning als de voorgevel – na zorgvuldige opmeting – wordt gereconstrueerd. Hopelijk verdwijnt dit lelijke gezwel dan voorgoed uit de binnenstad van Punda en kunnen we weer genieten van de fraai art-decogevel.
Terug naar www.DitzSchrijft.nl

Terug naar Suriname

vrijdag, januari 24th, 2020
In december keerden we na bijna veertig jaar terug naar Suriname, waar we drie jaar hebben gewoond. Een feest der herkenning, maar er was ook veel nieuw. Zo zijn de officierswoningen bij Fort Zeelandia prachtig opgeknapt. Gelukkig stond er in het fort wel een bord met de namen van de vijftien mannen die op 8 december 1982 door het leger werden gemarteld en vermoord.

Voor Trouw schreef ik een artikel over onze wederwaardigheden in Suriname. Op toeristisch vlak is er veel veranderd. Zo kun je nu logeren op een oude plantage (Frederiksdorp, links en rechts boven) of met een bootje door de supersmalle Warappakreek varen, vanaf de Commewijne tot aan zee (foto midden onder).
Terug naar www.DitzSchrijft.nl

Fietsen langs tegels in Valencia

zondag, november 17th, 2019
Tekst: Jeannette van Ditzhuijzen Foto’s Frans de Graaff

Het Real Alcázar van Sevilla is een Unesco Werelderfgoed en een toeristische trekpleister. Als je eenmaal binnen bent, snap je ook precies waarom. Maar Sevilla heeft veel meer. Stap dus op de fiets of loop door de soms supersmalle straatjes. En geniet van de tegelrijkdom in deze stad.

1. Real Alcázar

Wie Sevilla zegt, zegt Real Alcázar: de koninklijke vesting die vanaf de tiende eeuw ontstond door diverse aan- en nieuwbouwen. Slimme reizigers hebben tevoren via de voornamelijk Spaanstalige website www.alcazarsevilla.org kaartjes besteld, dat scheelt wachten in een lange rij. En ga – vanwege de drukte – vooral vroeg.

Met een audiotour om de nek en aan het oor kun je vervolgens door de verschillende ruimtes en tuinen dolen. Pracht en praal alom: wat niet met kleurrijke tegels is bedekt, heeft fraai en kunstig stucwerk. Je dwaalt hier van het ene vertrek naar een volgende patio en je kunt niets anders doen dan de schoonheid en het vakmanschap rustig op je in laten werken.

Vergeet bij het bestellen van een kaartje niet om een extra kaartje voor het Cuarto Real Alto te reserveren: de koninklijke residentie, waar nog nooit een Spaanse koning heeft gewoond, al gebruikt hij de vertrekken wel voor ontvangsten. Je loopt er met een groep, een audiotour en een beveiliger doorheen en het is allemaal totaal anders dan beneden en juist daarom de moeite waard.

Als je denkt alles te hebben gehad, zijn daar nog de uitgestrekte tuinen met hun bedwelmende geuren van sinaasappel, blauwe regen en jasmijn. Ook hier een aaneenschakeling van stijlen uit diverse periodes. Wie weinig tijd heeft, maakt een wandeling over de oude vestingmuur vanwaar je aan twee kanten uitzicht hebt op het groen.

2. Fiets huren

Sevilla is een echte fietsstad en je kunt op verschillende plekken een fiets huren: per uur, of voor een of meer dagen. Bunny Bike fietsverhuur ligt zo’n beetje naast ons hotel dus vandaar proberen we de weg te vinden in de wirwar aan straatjes. Je krijgt een kaart mee, maar denk niet dat je er daarmee bent. Al was het maar omdat die kaart je niet vertelt dat sommige straten eenrichtingsverkeer zijn.

Maar dat is ook de lol van fietsen door de oude buurten. Gewoon wat ronddolen, omhoog kijken naar mooie gevels en al zigzaggend door de straatjes wel zien waar je uitkomt. Wij willen dolgraag het best bewaarde stuk van de oude stadsmuur zien en passeren onderweg het beroemde Metropol Parasol, grillige houten parasols die over het Plaza de la Encarnación zijn opgetrokken en waar je overheen kunt lopen.

De muur bevindt zich, inclusief torens en poorten, ten noorden van het centrum. Aan de mooiste kant ervan loopt een drukke weg, maar wel met een groen geschilderd fietspad erlangs dat we aanhouden om de Guadalquivir over te steken naar de wijk Triana. Daar, aan de voet van de oudste kerk van Sevilla, de Iglesia de Santa Ana, drinken we koffie.

Vanaf de brug zagen we dat je ook een heel stuk pal langs de rivier kunt fietsen waar een brede boulevard alleen wandelaars en fietsers toelaat. Ideaal om onze eerste fietstocht mee af te sluiten.

3. Parque de Maria Luisa

Wie graag fietst of wandelt moet beslist naar dit park gaan. Niet alleen omdat je er niet gehinderd wordt door auto’s, maar ook omdat er enkele zeer fraaie gebouwen staan, die wat ons betreft met het Real Alcázar kunnen wedijveren.

Het park was een cadeautje aan de stad Sevilla van de jongste dochter van koning Ferdinand VII, Maria Luisa Fernanda (1832-1897). Ach, je moet toch wat, als je van koninklijke bloede bent en dus geef je een stukje van de tuinen van het naastgelegen, barokke San Telmo paleis aan het volk (dit paleis is alleen op afspraak te bezichtigen).

Hoe het park er destijds uitzag, geen idee. Maar ter gelegenheid van de Ibero-Amerikaanse tentoonstelling van 1929 kreeg het enkele pleinen en gebouwen die niet mis zijn. Ronduit imposant is het halvemaanvormige Plaza de España dat geflankeerd wordt door een eveneens halvemaanvormig gebouw. Het stelt Spanje voor dat symbolisch zijn voormalige koloniën omarmt.

Het hele plein is een feest van azulejos, de kleurrijke tegels die de bankjes bedekken, maar ook de bruggen over de gracht waarin je kunt spelevaren. Die vier bruggen symboliseren de vier oude koninkrijken van Spanje: León, Castilla, Aragón en Navarra.

Alsof dit nog niet genoeg is: even verderop ligt het Plaza Americana met alweer enkele fantastische gebouwen, waar we lekkerbekkend langs fietsen: het koninklijk paviljoen, het Museum voor Volkskunst (onze favoriet) en het Archeologisch Museum.

En dan is er het park zelf, charmant zoals veel Spaanse parken met waterpartijen en betegelde ornamenten.

4. Casa de Pilatos

Een aanrader, schrijft onze reisgids. Dat klopt, maar helaas geeft de audiotour zo veel informatie op topsnelheid, dat we al gauw afhaken. Jammer, want het is een fraai stadspaleis vol keramieken tegels en borstbeelden van Romeinse keizers. Op de patio bloeit de bougainville dat het een lust is.

In 1420 kreeg het de naam Pilatushuis, nadat de eigenaar, de eerste markies van Tarifa, een pelgrimsreis naar Jeruzalem had gemaakt en daar het huis van Pontius Pilatus had gezien.

Casa de Pilatos

Net als in het Real Alcázar kun je tegen betaling een rondleiding krijgen in het bovenste deel, dat tot een paar jaar geleden nog bewoond was en nu af en toe door de familie wordt gebruikt. Hier wordt de informatie gelukkig een stuk rustiger en gedoseerder gebracht.

5. De kathedraal

Giralda en Alcázar

Je kunt soms ook te veel indrukken krijgen. De beroemde kathedraal van Sevilla, gebouwd op een gesloopte moskee, werd ons – ik zeg het maar eerlijk – te veel. Natuurlijk, we bewonderden het kolossale gebouw van buiten en de naastgelegen Giralda. Deze 97 meter hoge minaret was eind twaalfde eeuw het hoogste gebouw ter wereld en is nu het enige wat resteert van de moskee. ’s Avonds zien we de verlichte Giralda vanuit ons hotel, een herinnering aan Sevilla’s Moorse verleden, maar met een katholieke klokkenkamer, die in de zestiende eeuw werd toegevoegd en uitkijkt over de stad.

Terug naar www.DitzSchrijft.nl